Note 1 — Hoofdstuk V: Banovitch Strahinya.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Tenslotte had Banovitch hem naar zijn land laten terugkeeren om zijn losgeld te verzamelen. Toen hij zijn tehuis bereikte, bemerkte hij, dat zijn bezittingen door den Sultan waren verbeurd verklaard en zijn huis en andere eigendommen aan de dochters van Pasha’s als huwelijksgift waren gegeven. Alles was woest en verlaten; hij had zijn fortuin verloren—en, voegde hij er bitter aan toe, dientengevolge al zijn vrienden—daarom had hij zich genoodzaakt gezien naar Yedrenet1 te rijden, om daar zijn diensten aan den Sultan aan te bieden. De vizier, vervolgde hij, vertelde den Sultan, dat hij er uitzag, alsof hij meer dan waarschijnlijk een goed soldaat zou zijn, waarop de Sultan hem goede kleeren en betere wapens had gegeven en de vizier liet zijn naam schrijven op den rol der krijgslieden, die gezworen hadden om voor den Sultan te vechten. “Nu”, vervolgde hij, “bezit ik geen dinar meer, stel mij, bid ik u, in de gelegenheid weer een vermogend man te worden.”