Note 7 — Hoofdstuk IV. Kralyevitch Marko; of de koninklijke prins Marko.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Een groot en machtig Moorsch hoofdman had aan de kust van de zee een prachtig kasteel laten bouwen, dat twintig verdiepingen hoog was. Toen het geheel gereed was, liet hij de prachtigste ruiten in de ramen zetten; hij behing de kamers en hallen met de kostbaarste zijden en fluweelen stoffen en sprak toen bij zichzelf: “O, mijn Koula!7 Waarom heb ik u opgericht, want er is niemand dan ik om met zachte schreden over deze zachte tapijten te gaan en door deze vensters naar de blauwe glinsterende zee te zien. Ik heb geen moeder, geen zuster en ik heb nog geen vrouw gevonden. Maar ik zal heen gaan en de dochter van den sultan ten huwelijk vragen. De sultan zal òf zijn dochter aan mij geven òf in een tweegevecht tegenover mij staan.” En de daad bij het woord voegende schreef hij een brief aan den Sultan te Istamboel8 van den volgenden inhoud: