Note 15 — Hoofdstuk IV. Kralyevitch Marko; of de koninklijke prins Marko.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Moussa Arbanass15 dronk op zekeren dag wijn in een witte herberg in Istamboel. Toen hij vrij veel had gedronken, sprak hij aldus: “Het zal nu ongeveer negen jaar geleden zijn, dat ik in dienst trad van den sultan te Istamboel; toch heeft hij mij nimmer een paard, noch wapenen, noch een fluweelen mantel gegeven! Op mijn woord, ik zal tegen hem opstaan. Ik zal naar de kust gaan, op de schepen in de havens beslag leggen en al de wegen bezetten, die er heen leiden: en dan zal ik voor mij zelf een koula bouwen, waarom heen ik galgen zal oprichten met ijzeren haken, en daaraan zullen zijn hodja’s (priesters) en hadji’s (pelgrims) hangen.”