Note 12 — Hoofdstuk II. Bijgeloof en nationale gebruiken.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Den voorafgaanden Zaterdag verzamelen de meisjes zich op een heuvel en dragen verzen voor over de Opstanding van Lazarus en op Zondag, voor zonsopgang, komen zij op de plaats samen, waar zij water putten en dan voeren ze haar landelijke dansen (kollo) uit, terwijl zij daarbij een lied zingen waarin o.a. wordt meegedeeld, dat het water dof wordt door het gewei van een damhert en helder door zijn oog12.