Note 10 — Hoofdstuk II. Bijgeloof en nationale gebruiken.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Een week voor den trouwdag, brengen beide families hun huis in gereedheid om een groot aantal gasten te ontvangen, die zij gedurende verscheidene dagen zeer gastvrij onthalen. Zeer kort geleden nog moest de huwelijksprocessie, indien de bruid in een verwijderd dorp woonde, soms verscheidene dagen reizen om haar te halen en daar goede wegen, waarlangs voertuigen zich konden voortbewegen, niet overal voorkwamen, was de geheele, lange stoet vaak genoodzaakt den weg te paard af te leggen. Tot de huwelijksstoet behooren de dever10 (dat wil zeggen geleider van de bruid) die haar bij de heele reeks van plechtigheden terzijde staat, in zekeren zin haar voogd; de koom (voornaamste getuige, die bij gelegenheid een soort peetvader van de kinderen wordt); en de stari-svat, die de tweede getuige bij de huwelijksplechtigheid is. Gedurende de huwelijksplechtigheden moet de koom achter den bruigom staan en de stari-svat achter de bruid. De stari-svat is ook een soort ceremoniemeester op den huwelijksdag; hij bewaart de orde onder de gasten, en presideert bij de huwelijksmaaltijden. De dever brengt ook zijn ouders mee en de koom en de stari-svat moeten ieder vergezeld zijn van een bediende om hen te assisteeren gedurende de plechtigheid. Deze twee getuigen moeten zorgen twee groote was-kaarsen bij zich te hebben, die gewoonlijk versierd zijn met zijden kant en bloemen, welke met veel andere geschenken aan de bruid worden aangeboden.