← Table of contents
Guy Mannering of de Sterrewichelaar

Note 2 — ZES EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

„Hoor, Mijnheer,” zei een oude herder, terwijl hij opstond, „hier in de omstreek heeten de menschen allen Armstrong, Elliot, of zoo iets; wij hebben hier maar zeer weinig namen2. Ter onderscheiding voeren de heeren en pachters den naam van de plaats, welke zij bewonen; bij voorbeeld, Tam van Todshaw, Hobbie van Sorbitrees, en onze goede meester hier van Charlies-hope. En dan moet gij weten, Mijnheer, dat de geringe menschen door bijnamen onderscheiden worden, die gewoonlijk van iemands beroep afkomstig zijn. Zoo noemen wij, bij voorbeeld, dezen knaap Gabriël Vos of Jager Gabriël. Hij is nog niet lang hier geweest en ik geloof niet, dat iemand hem bij een anderen naam kent. Maar wij moeten achter zijn rug geen kwaad van hem spreken: want hij is een flinke vossenjager, ofschoon hij misschien nog niet zoo goed met den drietand kan omgaan, als sommigen onder ons.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings