← Table of contents
Guy Mannering of de Sterrewichelaar

Note 1 — ZES EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

De heer Pleydell was een levendig mensch met een schrander gelaat, met eene rechtsgeleerde scherpzinnigheid in het oog en dezelfde soort van deftigheid in zijne manieren. Dit alles legde hij echter, even als zijne staartpruik en zwarten rok, des Zaterdags avonds af, als hij zich in het gezelschap van vroolijke vrienden vermaakte en, zoo als hij het noemde „zich een pretje gunde.” Het dolle gezelschap was reeds sedert vier uur bij elkander en vermaakte zich nu, onder de leiding van een eerwaardig medelid, dat sedert drie geslachten aan deze feesten deel genomen had, met het oude, thans vergetene gezelschapsspel „High Jinks”1, genoemd. Dit spel werd op verscheidene wijzen gespeeld. Gewoonlijk wierp het gezelschap met dobbelsteenen, en dan waren zij, die het lot trof, verplicht, zekere hun toegedeelde rol te spelen en een tijd lang vol te houden, of een aantal verzen, in eene bepaalde orde, op te zeggen. Wie zijn aangenomen karakter niet getrouw, of in het opzeggen der verzen steken bleef, moest straf ondergaan, welke gewoonlijk bestond in het ledigen van een vollen beker, of het betalen van eene kleinigheid voor de rekening.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings