Note 2 — VIERDE HOOFDSTUK.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
De ruwe pracht van het binnenplein beantwoordde volkomen aan het grootsche uiterlijk. Aan de eene zijde was eene rij hooge en ruime vensters, welke eens de groote zaal van het slot verlicht hadden; daar tusschen stonden zware, gebeeldhouwde pilaren; aan de andere zijde waren gebouwen van onderscheidene hoogte en ouderdom, doch zoo te zamen gevoegd, dat zij een eenigszins harmonisch geheel uitmaakten. Deuren en vensters waren met ruw verheven beeldwerk versierd, dat deels onbeschadigd, deels gebroken, of met klimop en andere onder de puinhoopen welig groeiende slingerplanten bedekt was. De tegenover den ingang liggende zijde van het plein was voorheen ook door eene rij gebouwen ingesloten geweest; doch dit gedeelte van het slot had, naar men verhaalde, gedurende den burgerkrijg, onder Cromwell, zoo zeer door het geschut geleden, dat er in de bouwvallen eene groote opening was, waardoor Mannering de zee en een klein gewapend vaartuig, dat midden in de baai lag, kon zien. Terwijl Mannering in de bouwvallen rondkeek,2 hoorde hij, in een vertrek aan de linkerzijde, de stem van de Heidin, die hij den vorigen avond gezien had. Hij vond weldra eene opening, waardoor hij haar ongezien waarnemen kon, en hare gestalte, hare bezigheid en haar geheele toestand deden hem onwillekeurig aan eene oude Sybille denken.