← Table of contents
Guy Mannering of de Sterrewichelaar

Note 1 — TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

Brown was geen aan weelde verslaafde reiziger; hij bukte zich en trad de lage deur binnen1. In de keuken vond hij een groot, forsch man in eenen wijden overrok, naar het uiterlijk een landman, den eigenaar van het paard, dat onder het afdak stond. Hij was druk bezig met het eten van dikke sneden koud rundvleesch en wierp nu en dan een’ vluchtigen blik door het venster, om te zien hoe zijn paard met het voêr vorderde. Eene groote kan met bier, die hij van tijd tot tijd aansprak, stond naast zijn bord. De waardin was aan het bakken. Het vuur brandde, naar landsgebruik, op een steenen haard, midden onder eenen ontzachlijken schoorsteen, met eene bank aan elke zijde. Op eene van deze banken zat eene buitengewoon groote vrouw, in een rooden mantel en met eene neerhangende muts op het hoofd. Zij zag er uit als eene ketellapster of bedelaarster, en rookte gestadig uit eene korte zwarte pijp.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings