Note 1 — NEGEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
„O, een roes hindert hem nooit; hij kan nog uren schrijven, nadat hij niet meer spreken kan. Ik herinner mij, dat ik hem eens op een Zaterdagavond, voor eene dringende zaak, waartoe ik mij, daar ik reeds geruimen tijd in mijn gewoon gezelschap bij Clerihugh vroolijk doorgebracht had, en de „leggende hen”1 geleegd had, met moeite liet overhalen, moest spreken. Ik liet hem dus uit de kroeg halen. Twee mannen hadden moeite om hem bij mij te brengen: want zij vonden hem in een toestand, dat hij niet spreken en zich ter nauwernood bewegen kon. Ik dacht, dat hij tot niets te gebruiken zou zijn; maar zoodra men hem de pen in de hand gaf, het papier voor hem legde en hij mijne stem hoorde, begon hij te schrijven als een meester, en, behalve dat een ander de pen voor hem in den inkt moest doopen, omdat hij den inktkoker niet zien kon, ging alles voortreffelijk.”