← Table of contents
Guy Mannering of de Sterrewichelaar

Note 1 — ACHTSTE HOOFDSTUK.

M. P. (Mark Prager) Lindo translation

Deze verkleefdheid van de Heidin verwekte argwaan, wel niet bij den heer, die niet spoedig ergdenkend was, maar bij zijne gemalin, die ziekelijk en droefgeestig was. De bezorgde moeder, voor de tweede maal hoogzwanger, kon zelve niet meer uitgaan en verzocht dus den goeden Sampson, den knaap in zijne eenzame zwerftochten te bewaken, daar het dienstmeisje, dat op Hendrik passen moest, jong en onbedachtzaam was. Sampson beminde zijn kweekeling en verheugde zich over den gelukkigen uitslag van zijn onderwijs, daar hij hem reeds zoo ver gebracht had, dat hij woorden van drie lettergrepen spellen kon. Het denkbeeld, dat dit vroegtijdig wonder van geleerdheid – als een tweede Adam Smith1 – door de Heidenen ontvoerd zou worden, was hem onverdragelijk. Uit dien hoofde nam hij volgaarne dezen post op zich, hoe tegenstrijdig die ook zijn mocht met zijne gewone levenswijze, en het was niet onaardig te zien, hoe hij deftig daarheen stapte, het hoofd vervuld met een ingewikkeld wiskundig voorstel en de oogen gevestigd op een’ vijfjarigen knaap, die hem door zijn omzwerven honderdmalen in een hachelijken toestand bracht. Tweemaal geraakte hij in het nauw door eene koe; eens gleed hij in eene beek van de steenen af, die er in gelegd waren, om er droogvoets over te komen, en een anderen keer zakte hij bijna tot aan den hals in een moeras, terwijl hij eene waterlelie voor den jongenheer plukken wilde. De boerinnen, welke hem bij deze gelegenheid te hulp kwamen, meenden, dat de heer het opzicht over zijn zoon even goed aan een vogelverschrikker kon toevertrouwen als aan den meester, maar de goede Sampson verdroeg dit alles met zijn gewonen ernst en bedaardheid. Geen ongeluk kon dezen geduldigen man iets anders afpersen, dan het enkele woord: „wonderbaar!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings