Note 1 — ACHT EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.
M. P. (Mark Prager) Lindo translation
Protocol, die inderdaad een goed soort van mensch was, gaf hierop zijn voornemen te kennen, om zich ten minste een tijdlang met de zorg voor het meisje te belasten, doch verklaarde tevens, dat alles, wat hij voor haar deed, als een werk van liefdadigheid beschouwd behoorde te worden. Maar nu verhief Dinmont zich weder, schudde zijn dikken overrok, gelijk een Newfounlandsche hond zijne ruige huid, wanneer hij uit het water komt, en zeide: „Neen, Mijnheer Protocol! gij zult niets met haar te doen hebben, als zij maar met mij naar huis wil gaan. Ailie en ik hebben het goed in de wereld, en wij wenschen dat onze kinderen wat meer zullen leeren dan wij, en wat meer beschaafd worden. En Jenny moet hare wereld wel verstaan, en goed kunnen lezen en naaien, daar zij zoo lang bij zulk eene voorname dame als de vrouwe van Singleside gewoond heeft, en al kan zij ook niets van dit alles, dan weet ik zeker, dat onze kinderen haar daarom des te liever zullen hebben. Voor hare kleederen, en wat zij meer noodig heeft, zal ik zorgen. Die honderd pond, waarbij ik ook nog iets voegen zal, kunt gij voor haar op interest zetten, Mijnheer Protocol, tot er een wakkere knaap uit ons Liddesdal om haar komt, die iets noodig heeft, waarmede de huishouding op te richten. – Wat zegt gij er van, meisje? Ik zal een plaats op den postwagen naar Jeddart voor u nemen; maar dan moet gij te paard over den kruin van de Limestane rijden: want een rijtuig is er nog nooit in het Liddesdal gekomen1. Ook zou ik gaarne zien, dat juffer Rebekka met u kwam, kind, en een paar maanden bij ons bleef, zoo lang gij u nog wat vreemd gevoelt.”