← Table of contents
Gouden Daden

Note 1 — 1830–1910.

Reading edition

Wat zij daarbij te zien kreeg, overtrof nog verre hare verwachtingen. In Londen, zoowel als te Edinburg en Dublin vond zij de ziekenzalen vervuild, de verpleegsters ruw, onwetend, onbeschaafd en aan den drank verslaafd. Een schrijfster1, wier levensbeschrijving van Florence Nightingale bij deze schets in hoofdzaak gevolgd wordt, zegt er van: “In hooge, houten bedsteden lagen soms drie tot vier volwassen zieken naast elkander; ongedierte kroop rond in het beddegoed, dat niet verwisseld werd als een nieuwe de vrijgekomen plaats van een genezen of overleden kranke kwam innemen. In een Edinburgsch gasthuis vond Florence Nightingale ten minste nog de bepaling, dat in geval van besmettelijke ziekte de matrassen gelucht en de bedlakens gewasschen moesten worden, maar in ieder ander geval scheen men het ook daar onnoodige weelde te vinden. Vaak moesten de kranken de verpleegsters te vriend houden door omkooperij, zouden dezen hun de allernoodigste hulp bewijzen, de voor hen bestemde verkwikkingen, die meest op de ziekenzaal moesten worden toebereid, niet zelven tot zich nemen, hen niet berooven van wat vriendelijke handen hun hadden gebracht of van het vast rantsoen van brood, dat den patienten dagelijks ééns per etmaal werd uitgedeeld, en dat zij in hun bed of onder hunne matrassen bewaarden met hunne kleederen en kleine bezittingen. Het reinigen der kranken, voor zoover men daaraan deed, en het afleggen der dooden geschiedde ten aanschouwe van al de andere lijders in de ziekenzaal. Overdag hielpen de herstellenden bij de verpleging der allerergsten. Des nachts werd geen hulp verleend en menigeen werd des morgens dood gevonden ten gevolge van uitputting en kracht verlies, die niet tijdig waren opgemerkt.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings