Note 1 — XXIII. Gods gezant.
Margaretha Meijboom translation
De herbergierster kon dien man niet genoeg aanzien. Zijn haar was grijs geworden en zijn rug gebogen. Hij had ’t zeker niet best gehad. Maar zijn vriendelijk gezicht en zijn goed humeur had hij nog. Hij was nog dezelfde kapitein Lennart, die haar naar het altaar gebracht had, toen zij de bruid was1 en die bij haar bruiloft gedanst had. Hij bleef zeker nog op den weg staan praten met ieder, die hij tegenkwam, en hij wierp zeker nog elk kind een geldstuk toe. Hij zou nog tegen elk gerimpeld oudje zeggen, dat ze met den dag jonger en mooier werd en hij zou nog best eens op een ton kunnen gaan zitten en op de viool spelen voor hen, die om den Meistang wilden dansen. Och hemel, ja!