Note 4 — Houw en Trouw.
Reading edition
Blake was oorspronkelijk voor de letteren opgeleid en een zeer geleerd man. Hij was een vurig aanhanger van Cromwell, die zijne veelvuldige diensten, hem bewezen, beloonde met hem eene aanstelling als generaal te geven. Later plaatste hij hem op de vloot als opperbevelhebber. Onder hem stonden ook nog de generaals George Monk en Richard Deane.—Cromwell, die zeer goed begreep, dat een oorlog ter zee andere bekwaamheden vereischt dan een landoorlog, stelde ook nog andere bevelhebbers aan, die volkomen met de zeezaken bekend waren. De voornaamste dezer waren: George Ayscue, William Penn en John lawson.—Blake was niet te trotsch om gedurig met deze laatsten te raadplegen en hieraan is het dan ook hoofdzakelijk toe te schrijven, dat hij als bevelhebber der vloot zooveel roem inoogstte.— Onze Admiralen waren over het algemeen zeer ongeletterd, zoodat er in hunne brieven dikwijls heel veel fouten voorkomen, en men moeielijk begrijpen kan, wat zij eigenlijk bedoelden.—Cornelis Tromp kan hierop eene gunstige uitzondering gemaakt hebben.— De beroemste onzer vlootvoogden, Michiel Adriaensz. De Ruyter, schreef in 1641 aan de Admiraliteit van Zeeland: “Ick sal mij als een heerlijck (eerlijk) capiteijn in mijn harte gedraghen, in de hoope, dat Godt het werck daer wij om uitgesonden zijn sal segenen tot heere (eere) van ons lieve Vaderlandt.”