← Table of contents
Gids bij de studie der Nederlandsche letterkunde

Note 1 — Waarheid en Droomen.

Reading edition

Vroom is hij, zeer vroom. Zijn grootste trots is deze: „Het eerste blad aan mijn bijbel is mijn stamboom.” „Mijn voorouderen vormen een rij van vromen. Oud-Hollandsche godsvrucht was als erfelijk in hun stam.” Jonathan zelf werd godsdienstig opgevoed, als de knaap iets misdreven had, en daarvoor van zijn moeder vergiffenis had gekregen, „voerde zij hem aan de voeten des Hemelschen vaders, opdat hij die vergiffenis ook van Hem kon afsmeeken!” Op het eerste blad van het album schrijft de grootmoeder Math. X, 37. „Die vader of moeder lief heeft boven mij, en is mijns niet weerdigh: en die sone ofte dochter lief heeft boven mij: is mijns niet weerdigh.” De vader van Jonathan zou men houden voor een „Christen” die uit de Stoa was uitgegaan,”1 dus iemand met streng zedelijke beginselen. Vandaar ook de spreuk, die hij schrijft in ’t album van zijn zoon: „In het witte boek van mijn zoon. Deze naam zij een voorteeken!” En de moeder teekende Jezus, volgens de voorstelling van Matth. XIX, 13: „Doe wierden de kinderkens tot hem gebracht, opdat hij de handen haer soude opleggen ende bidden.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings