Note 3 — De Vlaschaard.
Reading edition
Louis en Schellebelle. Heele dagen ligt hij nu op de loer om te zien of Louis ook iets doet, wat vaders gramschap zou kunnen rechtvaardigen. En werkelijk hij vindt iets: de verhouding van Louis tot Schellebelle.3 Dat is een meisje zooals Vermeulen wenscht dat zijn dochters waren—hij wilde immers z’n dochters zien „als struische blokken, boerendeernen van ’t Vlaamsche ras, met heur hert op heur lippen en heur ziele in heur oogen; meiden lijk peerden, die lachen als er leute (vroolijkheid) is en uitgeven ’t geen ze in hebben en werken nevens den sterksten werkman”—maar ’t is slechts een eenvoudig dienstmeisje. Vermeulen zal haar dus nooit als zijn dochter erkennen, ze is op ’t oogenblik niets voor hem dan een middel om Louis weg te krijgen. ’t Spel gelukt maar half, wel betrapt de boer Schellebelle en Louis bij een onschuldig stoeipartijtje, wel maakt hij er heel wat drukte van, spreekt tegenover Louis van „die vuile meid” en loopt dan direkt naar Barbele om haar triomfeerend te vertellen, dat „Louis zich aan vrouwvolk verslingert”, maar z’n verstandige vrouw bemerkt al gauw hoe de vork in den steel zit. „Zeg liever dat ge Louis niet kont uitstaan en dat ge redens zocht; zeg liever ronduit dat ge hem wèg wilt hebben”, voegt ze Vermeulen toe en ze praat zoo lang, dat de boer zich schijnbaar gewonnen moet geven. Schijnbaar, want Vermeulen hield zijn meening diep in zijn donker hoofd.