Note 2 — TWEEDE BEDRIJF.
Reading edition
Ze schaamt zich over hàndel op Zaterdag.… Wees indachtig dat je de Sabbathdag heiligt. Ga nog niet heen Rebecca. Je naam is zoo lief en zoo zoet – om zachjes te zeggen.… Rebecca.… Rèbècca.… Moeder van Esau en Jacob.… Weet je hóe Jacob zijn broeder bedroog, zijn blinden vader bestal? Ook de mijne is blind. Heb je ’t vel van een geit meegebracht voor mijn handen en hals? – Ah, we zijn voor elkander geschapen, bestemd Israël te doen voortleven, Israël weer groot te maken! – Kijk om je heen. Kijk rond! Er zijn kostbaarheden, sieradiën in die kast, beleende horloges en goud. Alles wordt mijn. Alles. De grond waar we op staan, de stofdeeltjes, de zonnestralen, het rek met tefillem2. ’t Hangt af van je zelf! Waarom breng je geen vijf mee? Voor drie doen we ’t niet – m’n vader en ik! Voor drie zijn we bekòcht – m’n vader en ik! Voor drie, verbinden we ons niet, m’n vader en ik! Met drie, hebben jullie ’t voordeel, joùw vader en jij.…