Note 89 — van 1816 tot 1861.
Reading edition
Zij beweerden dat de teelt van koffij en katoen onvoordeelig was en men dus zich meer en meer op de suikercultuur ging toeleggen, en nu wilden de negers uit luiheid, als beducht voor zwaarder werk, niet naar de suikerplantaadjes en verzetteden zij zich soms met de eigenzinnigheid en weerbarstigheid aan alle onbeschaafde volken eigen. Slechts zoo het Gouvernement krachtig tusschen beide kwam en de regten (?) der eigenaars handhaafden gaven de slaven toe, waarvan eenige voorbeelden door de rekwestranten werden bijgebragt89.