← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 86 — van 1816 tot 1861.

Reading edition

En zij schoten te kort, want behalve vele rampen, waaronder vooral de brand van 1821 moest worden geteld, werkte de lage prijs der Koloniale producten zeer nadeelig op den landbouw. De koffij en het katoen stonden voorbeeldeloos laag; de suiker was door de overlading der Nederlandsche markten van vreemde suiker86, de Melassie door een hoog inkomend regt in Amerika sterk gedaald. De kosten van de administratie der plantaadjes, van het onderhoud der slaven en der gebouwen, waren zoo belangrijk dat de opbrengst van verscheidene plantaadjes ter naauwernood toereikende was ter bestrijding van genoemde onkosten. Was reeds het stelsel dat de Koloniën zich zelven moeten onderhouden onbillijk, de onbillijkheid voor Suriname was zoo veel te grooter, om daarenboven verpligt te worden de te korten der West-Indische eilanden te dekken, van welke eilanden Suriname geen wederkeerige voordeelen genoot. De belastingen waren dien ten gevolge hoog opgevoerd: de hoofdgelden waren sedert 1816 bijna verdubbeld; de landstaxen of akkergelden, de uitgaande regten op de Koloniale producten en de inkomende op de bijna onmisbare Noord-Amerikaansche provisiën, de zegelbelasting enz. enz. waren aanzienlijk verhoogd. Nieuwe belastingen waren ingevoerd, als: in 1827 het patentregt en in 1829 het regt van successie; terwijl slechts de geringe belasting bekend onder den naam van Kerkelijke contributie à ƒ 2.10 Surinaamsch op iedere plantaadje en de quotisatie van winsten en inkomsten die jaarlijks ongeveer ƒ 60,000 opbragt, en die het minst den eigenlijken landbouw drukte, waren afgeschaft.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings