Note 6 — van 1816 tot 1861.
Reading edition
Tijdens dat Suriname een eigendom der zoogenaamde Geoctroijeerde Sociëteit was en ook gedurende het Engelsch bewind had de kolonie onderstand genoten ter bekostiging van de verdedigingsmiddelen. Ook nu was in het aangehaalde artikel over de oprigting der Generale Geldkamer gewaagd van eventuele subsidiën uit het Moederland ter gedeeltelijke bestrijding van Militaire traktementen en soldijen; doch Gouverneur van Panhuys vermeende dat men in Suriname geene subsidiën uit het Moederland noodig had. Van Panhuys toch gaf aan het toenmalig Ministerie te kennen, dat Suriname ruimschoots in staat was, om in zijne eigene behoeften te voorzien, en mitsdien, uit zijne eigene fondsen, de ambtenaren en de militaire magt te bezoldigen. Deze kennisgeving werd in het moederland met graagte aangenomen.6