← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 50 — van 1816 tot 1861.

Reading edition

De Koning gaf aan die wenschen gehoor en overwegende dat, de meer en meer toenemende daling van het papieren- of kaartengeld, den finantiëlen staat van Suriname aan gedurige onzekerheden blootstelde en de belangen der ingezetenen hierdoor zeer leden en het alzoo dringend noodzakelijk was een eindperk te stellen aan het verkeerde dat uit zoodanigen stand van zaken voortsproot, wenschte hij de Muntstelsels in de kolonie en in den Moederstaat in overeenstemming te brengen, terwijl hij dacht op deze wijze den gezonken staat van het crediet in de kolonie weder op te beuren. Bij Koninklijk Besluit werd dus bepaald, dat met ingang van den 1sten Januarij 1827 het Nederlandsche Muntstelsel, zoodanig als hetzelve, bij de wet van 28 September 1816 voor het Moederland was vastgesteld, te Suriname in werking zou worden gebragt; zoodat op hetzelfde tijdstip de gouden, zilveren en koperen muntspeciën, in Nederland gangbaar, op denzelfden voet in de kolonie gangbaar zouden zijn; insgelijks de billetten door de Nederlandsche bank te Amsterdam en de billetten der Algemeene Maatschappij ter bevordering van Volksvlijt te Brussel. Doch om nu tot dit gelijke muntstelsel te komen werd een krachtig middel aangegrepen, namelijk eene reductie van het kaartengeld van 310 tot 100, gelijk in artikel 4 van de des betreffende publicatie wordt gezegd: »In overeenstemming met het hier boven bepaalde zal, te rekenen van den 1sten Januarij 1827, geene andere wettige munt te Suriname bestaan, dan die bij de wet van 28 September 1816 (Staatsblad No. 5) omschreven; zullende echter voorloopig, en tot aan deszelfs intrekking of inwisseling, het Surinaamsch papieren of kaartengeld in omloop blijven, in de verhouding van drie honderd tien Surinaamsch tot honderd gulden Nederlandsch Courant-geld50.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings