Note 194 — van 1816 tot 1861. (continued 2)
Reading edition
Het was eene eenvoudige zaak, waarbij van Raders volkomen overeenkomstig de wet had gehandeld en toch was deze wettige handeling oorzaak van zijn ontslag. De Oostenrijksche Ambassadeur beklaagde er zich over en eischte schadevergoeding; de Amsterdamsche kooplieden van Heukelom en Vollenhoven deden hetzelfde; de Minister van Koloniën Pahud keurde de handeling af; de Ministerraad vereenigde zich met dit afkeurend oordeel; den Koning werd in overweging gegeven om van Raders een eervol ontslag uit de betrekking van Gouverneur van Suriname te verleenen, en Z. M. teekende 29 December 1851 het besluit waarbij de Generaal-Majoor R. F. Baron van Raders eervol ontslagen werd194.