← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 133 — van 1816 tot 1861. (continued 2)

Reading edition

Er kwam noch van het een noch van het andere iets tot stand; in 1842 werden over dat ontwerp de consideratiën en advijs gevraagd van eene speciale commissie in Nederland. De regering hoopte dat dit onderzoek zou leiden tot eene gewenschte eindbeslissing, doch—gelijk wel te begrijpen was—dit baarde slechts nieuw uitstel133. En toch verbetering van het lot der slaven was zoo hoog noodig; er geschiedden zoo vele wreedheden; men leze daaromtrent de feiten door Teenstra medegedeeld, die daarbij bijzonderheden opgeeft, welke niet te loochenen zijn, doch wier lezing de haren te berge doet rijzen. Wij vermelden ze niet op nieuw, maar halen slechts aan, een door den Minister van Koloniën J. G. Baud in de vergadering der Tweede Kamer van 14 Maart 1843 medegedeeld feit, ten bewijze hoe het toen nog vigerend reglement van 1784 te toegevend was voor hem die de slaven mishandelde. Volgens arrest van het Geregtshof van Suriname van het jaar 1841 werd een vonnis geveld in de zaak van een plantaadje-directeur, beschuldigd van jegens een aantal der aan zijn beheer toevertrouwde slavinnen (waarvan er achttien in het arrest worden genoemd) de huisselijke jurisdictie te hebben misbruikt, tot het bereiken van oogmerken, die de Minister niet noemen wilde, waardoor dikwijls tooneelen van wanorde waren ontstaan. Op grond van het reglement van 1784, werd het schandelijk gedrag van dezen directeur blootelijk gestraft met eene geldboete van ƒ 60,51 H. C. en met verbod om verblijf te houden op de plantaadje, die het tooneel zijner ergerlijke handelingen was geweest. Dit laatste gedeelte der straf heeft eenigen schijn van gestrengheid, vermits het den beklaagde van zijn middel van bestaan schijnt te hebben beroofd; doch dit was ook niet meer dan schijn. Hij zag zich weldra, als directeur op eene andere plantaadje, op nieuw met de roede der huisselijke tucht gewapend, en, op de voordragt van een lid van den Kolonialen Raad, hersteld in eene soortgelijke openbare betrekking, als hij bekleed had in de afdeeling, waaruit hij zich had moeten verwijderen; eene betrekking die onder hare pligten telt, het helpen zorgen voor de goede nakoming van wetten en verordeningen, inzonderheid wat de behandeling der slaven betreft134.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings