Note 92 — van 1683 tot 1804.
Reading edition
Hoe zou dit ons verwonderen, daar wij zelfs een leeraar der Christelijke godsdienst, een verkondiger der blijde boodschap, de WelEerw. heer Johan Picardt, in leven predikant te Koevorden, die in het midden der zeventiende eeuw leefde, in een werk: »Antiquiteiten enz.”, te Amsterdam, bij Gerrit Goedesberg 1660, in 4o. bladz. 9, het volgende deswege hooren getuigen: »dese menschen” (de Afrikanen, welke hij beschouwt als nakomelingen van Cham en bestemd tot de slavernij) »syn alzoo genaturaliseert, soo wanneer sy in vryheit gestelt of lieftallig gekoestert werden, soo en willen sy niet deugen en weten haer selfs niet te gouverneren: maar bij aldien men geduerig met rottingen in hare lenden woont, en dat men deselvige ’t elckers sonder genade bastonneert, soo heeft men goede diensten van deselve te verwachten, alsoo dat haere welvaert bestaet in slaverneye”92. Schreven zij, die voorgangers der Christelijke gemeente wilden heeten, alzoo, dergelijke raad werd door de planters in Suriname getrouw opgevolgd.