Note 40 — van 1683 tot 1804.
Reading edition
De admiraal du Casse had ook te vergeefs beproefd om, door op de eerzucht van den heer Chatillon te werken, daardoor tweespalt tusschen hem en den gouverneur te verwekken. Hij had hem daartoe een vleijenden brief gezonden, waarin hij betuigde verheugd te zijn, zulk eenen braven cavalier als den heer Chatillon te ontmoeten, noemende hem: »Heere van Suriname” enz. De heer Chatillon, te edelmoedig en te getrouw aan de belangen van den Staat, en, hoewel nog jong, te kloek, en te verstandig om aan zulk eene vleijerij het oor te leenen, hielp met alle magt de trouwelooze Franschen afkeeren, en het smartte alzoo de geheele kolonie, toen hij den 10den Mei, door het te vroeg afgaan van een stuk geschut, hetwelk hij met zijnen kamerdienaar bediende, zwaar aan zijne handen en in zijn aangezigt gekwetst werd; en een ieder verheugde zich, toen hij gelukkig weder spoedig herstelde,40 terwijl hij na zijne herstelling weder naar Nederland terugkeerde.