Note 31 — van 1683 tot 1804.
Reading edition
De geest van muiterij, die hen reeds lang bezield had, werd daardoor zeer versterkt; deze openbaarde zich dan ook weldra door hunne weigering om te werken, tenzij zij meerder rantsoen kregen. Den algemeen beminden commandeur Verboom gelukte het dit ongenoegen te stillen, maar twee dagen later, den 19den Julij 1688 brak die muiterij op nieuw uit. Terwijl de heer van Sommelsdijk in een laan van oranjeboomen voor het Gouvernementshuis op en neder wandelde, in gezelschap van den commandeur Verboom, kwamen daar elf zaamgezworene rebellen, half beschonken, met hunne geweren gewapend, tot hem en eischten op een hoogen toon vermeerdering van rantsoen en vermindering van werk. Van Sommelsdijk, dien wij reeds als een oploopend mensch hebben leeren kennen, in plaats van hen te woord te staan, verstoord over dit gedrag en deze schending der krijgstucht, tastte naar zijn houwer, om deze baldadigen terug te drijven, doch toen hij den arm ophief, schoten zij allen tegelijk op hem, en viel hij door zeven en veertig wonden doorboord levenloos neder. De commandeur, Verboom door eene wond in den buik getroffen, overleed negen dagen later31.