Note 314 — van 1683 tot 1804. (continued 3)
Reading edition
De Directeuren der Sociëteit vonden echter zwarigheid in die gestadige vermeerdering van het kaartengeld en schreven daarom Gouverneur en Raden, om de som van ƒ 100.000—die aan de kas tegen de wegloopers geleend was, in te trekken en dit kaartengeld te verbranden.314