Note 553 — van 1683 tot 1804. (continued 3)
Reading edition
Met moeite had Nepveu van de Hoeij verkregen, dat 30 grenadiers van het oorlogsschip de zwakke bezetting van het fort versterkten: 20 man der Sociëteits-troepen werden hier bijgevoegd. Aan het meermalen door den Gouverneur aan den kapitein herhaald verzoek, om met zijn schip aan den mond der Suriname te gaan liggen, werd echter, onder verscheidene »frivole” uitvlugten, niet voldaan. De Hoeij gaf een anderen raad, namelijk, om een gewapende bark te stationneren, doch de opvolging van dien raad was te kostbaar: »voor een kleyn vaartuigje, dat nog weynig dienst kan doen, wordt ƒ 10,000 gevraagd en dan nog moet het geëquipeerd en bewaapend worden.”553 Men besloot eindelijk, om den graaf van Bylandt, schout-bij-nacht, te St. Eustatius te verzoeken, een gewapend vaartuig voor de »meest convenabelste prijs” te koopen554.