Note 535 — van 1683 tot 1804. (continued 3)
Reading edition
Van onze zijde werd geantwoord: dat men de overtogt der Marrons over de Marowijne noch gewenscht noch begunstigd had; dat men oordeelde geen verlof noodig te hebben, om hun daar te vervolgen, doch dat men provisioneel de Marrons met rust zou laten, en de komst van den heer Malouet afwachten.535