← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 305 — van 1683 tot 1804. (continued 3)

Reading edition

Niettegenstaande de reeds op bldz. 233–36 vermelde voorzorgen ter verzekering van de regten der geldschieters genomen, kwamen er spoedig klagten van het kantoor J. F. Marselis, opvolger van Deutz, over gepleegde kunstenarijen in het priseren der plantaadjes, welke kunstenarijen bij verkoop van verhypothekeerde plantaadjes aan het licht kwamen.305 Ter voorkoming hiervan, werd door het hof den 8 Feb. 1764 besloten om: »de instructie der priseurs te scherpen en vooral de hand te houden aan de bepaling, dat het Hof iedere taxatie naauwkeurig zoude nagaan, van welk besluit den Directeuren der Sociëteit berigt werd gegeven, met het verzoek om naar hun vermogen het wankelend crediet der kolonie te schragen.306 Doch dit crediet was zoo zeer geknakt, dat men te Amsterdam huiverig werd om gelden op Surinaamsche plantaadjes te leenen. Eerst na vele vruchtelooze pogingen bij verscheidene kooplieden, gelukte het eindelijk den heer van de Poll over te halen, om nog een millioen gulden à 6 pCt. op Surinaamsche plantaadjes voor te schieten.307

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings