Note 461 — van 1683 tot 1804. (continued 3)
Reading edition
Was het vrijcorps der kolonie tot groot nut, het kostte haar echter veel, zoo voor den aankoop der slaven, als voor hun onderhoud, dat voor ieder lid van het vrijcorps eens zoo veel bedroeg alsdat voor een ander militair. Ter voorloopige betaling der koopsom werd voor ƒ 400,000 obligatiën gemaakt, die 6 pCt. renten gaven,461 en werd vervolgens aan de directeuren der sociëteit verzocht, om pogingen aan te wenden, ten einde in Holland eene geldleening ter bestrijding dier kosten te sluiten. De directeuren voldeden aan dit verzoek en, na bekomen verlof van HH. M., werd door hen, ten behoeve der kolonie Suriname, eene geldleening, groot ƒ 700,000, aangegaan. De stad Amsterdam weder was geldschietster462. De genoemde obligatiën, ten bedrage van ƒ 400,000 gemaakt, werden toen verbrand463.