← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 160 — van 1683 tot 1804. (continued 2)

Reading edition

Mauricius, die in zijne verantwoording aan HH. M.160 getuigt, dat hij zich geen enkel geval van eenige noemenswaardige baldadigheid, veel minder moorden door slaven in Paramaribo bedreven, weet te herinneren, erkent het andere, maar geeft, onzes inziens, te regt de schuld daarvan in de eerste plaats aan de blanke bewoners, »die een onnutten sleep van een legioen huisslaaven en slaavinnen houden, die geen occupatie hebbende, slaapen, zuipen, speelen, kwaaddoen” en wier ijdelheid, voornamelijk die der slavinnen, daarbij gevoed werd door »de kostbaare pracht van de beste Chitsen, koraale kettingen, goud, zilver, ja gesteentens waarmede de Kreole miesjes haare slaavinnen om strijd opschikken” en wier vrouwelijke zedigheid en kuischheid voornamelijk vernietigd werd »door ’t verderffelijk gebruik van de slaven en vooral mooie slaavinnen te zetten op een weekelijkse taxe, die zij den meester of vrouw moeten opbrengen, zonder dat deeze weeten of willen weeten, waarmede dit geld gewonnen of verdiend wordt,”161 en door hetgeen »ook tot dit capittel zou behooren,” vervolgt Mauricius »door de galanterie der blanken met de swartinnen, waaraan de scheepslieden een groot deel hebben.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings