← Table of contents
Geschiedenis van Suriname

Note 152 — van 1683 tot 1804. (continued 2)

Reading edition

Een groot gedeelte der genoemde vrije bevolking woonde in Paramaribo of zoo als men zulks in de kolonie noemde »het fort.” Paramaribo was in het midden der 18e eeuw, het tijdstip waartoe wij thans met onze geschiedenis gevorderd zijn, niet meer het ellendige vlek, dat van Sommelsdijk bij zijne aankomst vond en dat toen slechts uit een vijftig hutten, meest smokkelkroegen, bestond;—het was spoedig toegenomen. Zien wij in eene beschrijving van Paramaribo in 1680152 er nog slechts gewag van gemaakt als van een dorp van 50 à 60 huizen, reeds ten tijde van den inval van Cassard in 1712, en dus groote dertig jaren later, lezen wij153 van Paramaribo als »omtrent 500 huizen groot, altemaal van hout gebouwd,—aan de waterkant het meest met oranjeboomen beplant, dat een heel vermakelijk gezigt geeft.” Mauricius verklaart in een schrijven aan HH. M.154 dat het getal der huizen te Paramaribo gedurende den tijd van zijn bestuur bijna een derde is vermeerderd—en uit zijn getuigenis en uit de notulen155 blijkt, dat de huizen gezamenlijk aldaar ongeveer ƒ 150,000 huur ’s jaars opbragten en dat er onder waren die 20 à 30 duizend gulden waarde hadden.156 Paramaribo was langzamerhand eene geregelde stad geworden, voorzien van straten, grachten, pleinen, en met verscheidene publieke gebouwen versierd, doch zonder poorten. Het gouvernementshuis onder het bestuur van Jan de Goyer (1707 tot 1713) reeds vergroot en onder de Cheusses (1728 tot 1734) gedeeltelijk afgebroken en verbouwd, muntte onder de publieke gebouwen uit.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings