Note 20 — van 1667 tot 1683.
Reading edition
»dat geene persoonen in den vaderlande ofte in Suriname zouden worden toegelaaten tot eenige directie ofte bewind van de voorsz. colonie, die professie zouden doen van den Paapschen Godsdienst, ende dat vervolgens ook niemand van de Paapsche Religie part of deel in de voorsz. Sociëteit zoude mogen hebben of te houden, nochte ook voor iemand anders in de voorsz. Sociëteit occupeeren, ofte eenig bewind, gezag, directie ofte administratie hebben. En voorts op dat vast vertrouwen, dat aan de beleedigde ingezetenen van de hooggemelde provincie in Eere en Goed behoorlijk en promptelijk reparatie en satisfactie zoude werden gegeven.”20