Editorial note — JACOB VAN MAERLANT.
Reading edition
[Voetnoot 1: De romans van Alexander, Merlijn en Troyen zijn tot ons gekomen in een vorm die vrij ver afstaat van den oorspronkelijken, in een dialect dat buiten de oostelijke grenzen van het tegenwoordig Nederland gesproken werd (Tijdschr. v. Ned. T. en L., XXIII, 156). De Torec schijnt nog al geleden te hebben onder de handen des compilators van den Lancelot (a.w. X, 173; XIX, 36).]
[Voetnoot 2: Ik volgde bij deze rangschikking het uitvoerig en verdienstelijk boek van Prof. J. TE WINKEL: Maerlant's Werken, (2e druk, 1892), vgl.: Tweede Hoofdstuk.]
[Voetnoot 3: Vgl. Nat. Bloeme (ed. VERWIJS), III, 885 vlgg. en Inleid. XXIV. Over den kalander-leeuwrik: BREHM, Het Leven der Dieren (bewerking van HUIZINGA), II, 100.]
[Voetnoot 4: De ons onbekende schoone, wier naam MAERLANT verborgen heeft in zijn gedicht, heette waarschijnlijk Gheile en zal wel eene Vlaamsche geweest zijn. Vgl. FRANCK'S Inl. op den Alexander, XI-XII.]
[Voetnoot 5: WYBRANDS, De Abdij Bloemhof, bl. 134.]
[Voetnoot 6: Vgl. I, 1066-'70. Deze verzen zijn niet in het origineel aanwezig.]
[Voetnoot 7: Vgl. X, 1530–1.]
[Voetnoot 8: Voor dit alles verwijs ik naar FRANCK'S voortreffelijke Inleiding, inzonderheid naar het hoofdstuk: Maerlants verhouding tot zijne bronnen.]
[Voetnoot 9: Vgl. V, 1006 vlgg. en FRANCK'S aanteekening op bl. 454.]
[Voetnoot 10: T.a.p. VIII, 77 vlgg. en bl. 481.]
[Voetnoot 11: Onder de schepenen van Gent vond ik op het jaar 1301 een Simon die Godgaf (vgl. Memorieboek der stad Ghent, ed. der Vlaemsche Bibliophilen I, 6).]
[Voetnoot 12: Vgl. over SEGHER en zijn werk VERDAM'S Inleiding op zijne Episodes uit Maerlant's Historie van Troyen, met name p. 17, 154–5, 181.
MAERLANT'S werk is in zijn geheel te vinden in de uitgave van NAPOLEON DE PAUW.]
[Voetnoot 13: Vgl. VERDAM'S Episodes, vs. 6666–6711 met Roman de Troie, vs. 16179–16181.]
[Voetnoot 14: Vgl. Episoden, vs. 508 vlgg.; dialoog, waar BENOÎT vertelt, op bl. 54, vs. 354; 63, 667; 73, 1031; 76, 1138; 91, 5129; 305, 9345; 327, 10166; 341, 10694.]
[Voetnoot 15: FRANCK houdt dit satansproces niet voor MAERLANT'S werk. TE WINKEL beweert het tegendeel. Vgl. Anzeiger f.d.A., IX, 367–8 en TE WINKEL'S Gesch. der Ned. Lett., bl. 168 noot.]
[Voetnoot 16: Vgl. Merlijn (ed. VAN VLOTEN), vs. 10408. VAN VLOTEN'S uitgave kan dienst doen, vooral nadat men kennis heeft genomen van FRANCK'S vernietigende maar rechtvaardige critiek.]
[Voetnoot 17: Merlijn, vs. 7639 vlgg. (7770–8, 8164, 8175-'80).]
[Voetnoot 18: Vgl. Torec (ed. TE WINKEL), vs. 170, 149, 156, 489 (eene „Orguellouse de Longres" komt voor in CRESTIEN'S Conte du Graal; zie de Aant. op FRANCK'S Alexander, bl. 481). Afbeelding der Chambre de Beauté bij PETIT DE JULEVILLE a.w. I, 192.]
[Voetnoot 19: Torec, vs. 869–870; 1228-'49; 3231-'51.]
[Voetnoot 20: Vgl. Alex., IX, 450. De vergelijking is door M. ingevoegd; vgl. GAUTIER, Alex., IX, 258–260. Of M. deze vergelijking misschien uit den Lancelot heeft overgenomen, doet weinig ter zake. Episoden enz. vs. 767 vlgg., 8074-'91; 1546 in verg. met het origineel; Alex., I, 68; VERDAM'S Inl. op Episoden enz. bl. 21 vlgg.; TE WINKEL in Tijdschr. v. N.T. e. L., I, 332 vlgg.; Merlijn, vs. 33, 589, 621. FRANCK'S Inl. op den Alex., L-LI; Episoden, bl. 163–4, vs. 4159 en vs. 4219 in verg. met het oorspronkelijke.]
[Voetnoot 21: Alex., III, 513; III, 836; VII, 584; Vgl. ook Troyen, vs. 10736.]
[Voetnoot 22: Alex., VIII, 126–9; X, 1535 vlgg.; Episoden etc. bl. 159–160. Over die riche dame te verg.: PETIT DE JULEVILLE a.w. I, 197–8; Episod., bl. 342. In geen der verschillende einden van het gedicht, door JOLY medegedeeld, is iets van dezen aard te vinden. Vgl. zijne uitgaaf v.d. Roman de Troie: „Sur les manuscrits" in Deel I.]
[Voetnoot 23: Vgl. Alex., VIII, 637 vlgg.; Torec, Inl., bl. XXII vlgg.]
[Voetnoot 24: Vgl. o.a.: Rijmb., I, 7778, 7917, 7923; 18440, 34846; Sp. Hist., I, bl. 66, vs. 21 vlgg.; bl. 137, vs. 47 vlgg.]
[Voetnoot 25: A.w. I, 64 vlgg.]
[Voetnoot 26: Vgl. o.a.: Rijmb., I, 2755; Sinte Franc., 9–10; 51–40. Het verhaal van den „coninc van versen" ald. vs. 1917 vlgg.; men vindt het ook in het Latijn.]
[Voetnoot 27: Vgl. o.a. den Proloog van der Nat. Bloeme, vs. 108–116; TE WINKEL, Maerlant's Werken, p. 368; waai heidsliefde o.a.: Rijmb., I, 25, 4885, 34830; waarheid en wonder: Nat. Bl., I, 486-'93; IV, 5 vlgg.; V, 413 vlgg.; Sp. Hist., I, 16, vs. 61; II, 64, vs. 7.]
[Voetnoot 28: Vgl. TE WINKEL'S Gesch. der Ned. Lett., bl. 337–9.]
[Voetnoot 29: Vgl. a.w. vs. 19626-'9, die niet in het origineel voorkomen: