Editorial note — GEESTELIJKE EPISCHE POËZIE EN PROZA. (continued 2)
Reading edition
[Voetnoot 65: IV, 111.]
[Voetnoot 66: III, 151.]
[Voetnoot 67: VI, 82.]
[Voetnoot 68: Vgl. over deze vertaling het degelijk bewerkt proefschrift van Dr. C.H. EBBINGE WUBBEN: Over Middelnederlandsche Vertalingen van het Oude Testament. ('s-Grav. NIJHOFF. 1903).]
[Voetnoot 69: A.w. bl. 73.]
[Voetnoot 70: Vgl. over dat alles de prologen en de hoofdstukken in de Eerste Afdeeling II, 1 en 3, bl. 127.]
[Voetnoot 71: Zie bl. 87–88.]
[Voetnoot 72: Bl. 70; ook bl. 75: „Nu bidde ic elken die hierin lezen sel ende tijtcortinghe doen"; bl. 85: „meniger zaliger zielen, diere in lesen moeten".]
[Voetnoot 73: Bl. 127.]