Editorial note — 2. GEESTELIJKE POËZIE.
Reading edition
[Voetnoot 67: Vgl. Proza, bl. 60–61; Ged. 14, 32, 36, 53, 55, 78, 79, 83, 124, 145, 151, 152, 154, 158, 165, 169, 178, 179, 269. Of het vers: „Haddic mijn hoege geslachte bedacht" (XXIII, 50) eene zinspeling is op haar adeldom (zooals JONCKBLOET meent), schijnt mij twijfelachtig. In den mond van mystieken beteekent zulk eene uitdrukking m.i. eer: dat men zich een schepsel Gods dan dat men zich van adellijk geslacht voelt.]
[Voetnoot 68: Proza, bl. 59, 77; Ged., bl. 252, 254, 257.]