← Table of contents
Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde, Deel I

Editorial note — 1. RIDDERPOËZIE.

Reading edition

In de Oudfransche literatuur bestond een roman van dien naam. (Vgl. P. DE JULEVILLE'S, Histoire etc., I, 244).]

[Voetnoot 35: Zie JONCKBLOET'S Inleiding op Deel II, p. CCVI.]

[Voetnoot 36: Vgl. o.a. III, 22557 vlgg.; IV, 2149-'50.]

[Voetnoot 37: Tijdschr. v. N.T. en L., XIII, 38.]

[Voetnoot 38: VERWIJS geloofde aan twee dichters. Zie zijne Inleiding, p. XXIX. Bij zijne argumenten moet nog gevoegd worden dat in het eerste deel niet 19 assoneerende rijmen voorkomen, maar 28 (vgl. vs. 59–60, 121–122, 563–4, 605–6, 669-'70, 711-'12, 1029-'30, 1331–2, 1673–4).

Deze voorstelling werd door JONCKBLOET bestreden. (Vgl. zijne Gesch. der Ned. Lett., I, 310). Ik zou mij eer aan de zijde van J. scharen; doch acht den strijd niet zoo heel gewichtig, omdat in allen gevalle de geest der bewerking doorgaans dezelfde blijft.]

[Voetnoot 39: Zie o.a. RHŶS, Studies, 93, 105 en PETIT DE JULEVILLE a.w. I, 310.]

[Voetnoot 40: Vgl. vs. 1360 vlgg. (liefdesoverpeinzingen); 1671-'6 (dialoog); 1658 en 1666; vs. 1182 vlgg.]

[Voetnoot 41: Vs. 75 vlgg.]

[Voetnoot 42: Vs. 319, 2057, 5328, 4984; andere dergelijke uitdrukkingen: 399–400, 402–4, 1170, 2099.]

[Voetnoot 43: Vs. 5035, 5056; 2768-'84; 3500 vlgg. (waar de afschuwelijke reuzin PANTASALE „scone wijf" wordt genoemd); 3365, 3524, 3533.]

[Voetnoot 44: Vgl. het in menig opzicht uitnemend proefschrift van Dr. A. VAN BERKUM: De Middelnederlandsche bewerking van den Partonopeusroman. (Groningen, WOLTERS. 1897.)]

[Voetnoot 45: Zie VAN BERKUM a.w. LXIII, LXVII, LXXI; CXV; CIV; CIII, CXXXIII; XLIV; CV, CVI, CVIII; XCVII, CXII-CXIII.]

[Voetnoot 46: Die opvatting in vs. 3–13, 53–75, 1012 (door MOLTZER blijkens zijne aanteekening niet begrepen); vs. 1365 (waar met het hs. sot moet worden gelezen).]

[Voetnoot 47: Vgl. vs. 22, 86; vs. 19–20; al te lange verzen of zulke waarin men geen rhythme hoort zijn b.v. vs. 1900, 1918, 2005, 2058, 2339, 2647, 2859, 3567, 3853.]

[Voetnoot 48: Uit vs. 282–4 zou men opmaken, dat D.v.A. meer dan een redactie van het verhaal heeft gekend. Van de twee door ED. DU MÉRIL uitgegeven redactie's van het Fransch gedicht, staat A dichter bij DIEDERIC'S werk dan B; echter heeft DIEDERIC waarschijnlijk eene ons onbekende redactie gevolgd. Die redactie zal wel dezelfde zijn geweest als of dicht gestaan hebben bij de door FLEKE gebruikte: in vs. 272-'82, 474-'95, 1562-'81, staat D.'s bewerking dichter bij die van FLEKE dan bij version A.

Vgl. over de verhouding der onderscheiden redacties: MOLTZER'S Inleiding voor zijne uitgave; H. SUNDMACHER, Die altfranzösische und mhd. Bearbeitung der Sage von Flore und Blanscheflur. (Göttingen. 1872) en H. HERZOG in Germania, 1884, 149. SUNDMACHER overschat FLEKE'S bewerking, die hij bespreekt alsof ze een oorspronkelijk werk ware; onderschat de Middelnederlandsche. HERZOG'S stuk is vol geleerdheid, gewaagde onderstellingen en slotsommen.

Op vele plaatsen is DIEDERIC'S bewerking veel uitvoeriger dan het Fransch. B.v. in vs. 213-'30, 322-'48, 474-'95, 519-'34, 1562-'81, 1922-'31, 2148-'54, 2219-'22, 2224-'48, 2735-'50, 2750–2820, 2827-'31, 3173-'95, 3376-'81.

Niet in het ons bekende Fransch komen voor: 272-'82, 378-'9, 410-'20, 570-'85, 714–831 (iets daarvan in version B), 2197–2204, 2841-'9, 2887-'9, 3139-'49, 3396–3415, 3482-'97.

Van deze plaatsen vindt men voor een klein deel iets bij FLEKE; maar DIEDERIC gaat ook daar doorgaans zijn eigen weg.]

[Voetnoot 49: Vgl. vs. 657–8, 2138, 2830, 2908, 3201, 3762, 3832, 4534, 4749, 4783, 4839, 5275, 5392.

Ook in de Fransche epische poëzie was dit heiligen-rijm bekend. Vgl. NYROP in de vertaling van Gorra, p. 383.]

[Voetnoot 50: Vgl. FRANCK'S uiteenzetting in Tijdschr. v. N.T. en L., XIX, 45–46.]

[Voetnoot 51: In den Merlijn wordt vs. 31706 zekere ridder Morian genoemd („Dander was Morian, als ic versta"). Waarschijnlijk hebben wij hier echter te doen met een bedorven tekst; immers diezelfde ridder wordt, verderop in dat hoofdstuk, tweemaal Moriaval genoemd (vs. 31942, 31989). Misschien had het hs. Moriau'; het is bekend hoe licht u en n verwisseld werden.]

[Voetnoot 52: Vgl. Dr. BERGSMA'S uitgave van K.e.E., bl. 47–48. Bij de daar opgegeven plaatsen moet nog gevoegd worden: vs. 112 (het tooverkruid uit den K.e.E.) en M. 607–8 = K.e.E., vs. 1205–6.]

[Voetnoot 53: JONCKBLOET hield ook dezen roman voor vertaald; doch de bewijsgronden, door hem aangevoerd, zijn zwak. Van een Fransch origineel is niets bekend; J. zelf houdt de aanwijzing bij ROQUEFORT (II, 33) voor eene vergissing; de door R. aangehaalde plaatsen (II, 129), meerendeels gemeenplaatsen, hebben weinig bewijskracht. Ook kan men den proloog maar niet wraken of uitleggen, zooals J. doet. Er zijn inderdaad vele verwijzingen naar een bron of bronnen (bij VOSTAERT meer dan bij PENNINC); doch die geven nog geen recht om aan te nemen, dat hier een voorbeeld werd nagevolgd.]

[Voetnoot 54: Deze elementen aangewezen door JONCKBLOET in zijne uitgave van den roman (II, 152–153).]

[Voetnoot 55: Vgl. RHŶS, Studies, 105 en 55; Lancelot, II, 40393; Walewein, vs. 1010 vlgg.; 3550 vlgg. en II, p. 153.]

[Voetnoot 56: Vgl. JONCKBLOET'S uitgaaf II, 135.]

[Voetnoot 57: Gevoel voor het ridderwezen in vs. 1846 vlgg.; 4333 vlgg.; de beschrijving van het gevecht, vs. 10598–10635. VOSTAERT heeft eens de platte vergelijking van een bloedenden ridder bij eene geslachte koe. (8830–1).

De godsdienstige tint in vs. 147–9, 236–8, 292–4, 378–9, 384, 460, 478-'81, 495 vlgg., 574–6, 666, 1154–6, 1326-'30, 2684, 2695, 2980–4, 3010, 3049-'51, 3360-'66, 3626-'33, 3649-'50, 3714, 3875-'7, 3946-'54, 4020-'1, 4064-'5, 4097 vlgg., 4268-'9, 4348-'52, 4436-'7, 4758 vlgg., 6138, 6142, 6683 vlgg., 7049-'55, 7198–7200, 7687-'8.

Bij VOSTAERT: 8118-'9, 8133-'5, 8380-'5, 8478, 9272-'7, 9376-'7, 9531, 9866, 11088.

De moralizeerende toespraak van den dichter tot zijn publiek (4838–4845) zou ik dan ook niet met JONCKBLOET willen schrappen, als van een afschrijver afkomstig.

Over de taal vgl. JONCKBLOET II, 135. Verscheidene daar genoemde woorden komen echter ook in later tijd voor.]

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings