Note 7 — Duitschland en de Duitschers. (continued 2)
Reading edition
De Spanjaarden hadden, sedert hunne vereeniging tot één rijk, niet veel reden zich op hunne Koningen te beroemen. De krachtige verdediging tegen de Franschen in het eerste vierde dezer eeuw, deden de Spanjaarden in veler achting rijzen, ofschoon hunne daartoe gebezigde middelen deden ijzen. Te bejammeren is het, dat sedert dien tijd de nietige Vorsten en Vorstinnen niet in staat waren de partijtwisten te bedwingen en de ruime hulpmiddelen tot bloei te doen benuttigen. De verdrijving van Isabella beloofde eene schooner toekomst, die zich, helaas! tot heden nog niet verwezenlijkt, daar—wel verre van eendrachtig, met den zoo welwillenden Koning Amadeus, samen te werken tot nationale verheffingopstanden en burgeroorlog schatten goed en bloed verspillen, de natie in welvaren doen zinken en in de schatting van Europa doen dalen.
Dat onder zulke omstandigheden de Portugeezen, thans minder dan ooit, genegen zouden zijn zich met de Spanjaarden te verbroederen, behoeft geen betoog. Vert.