Note 1 — De Zwitsers.
Reading edition
Na iederen grooten strijd en overwinning vergrootte zich hun bond. Reeds dadelijk bij de eerste overwinning, bij Morgarten1, nog in het begin der 14de eeuw, traden de steden Lucern, Zürich, Bern en Glarus tot hem toe, en vermeerderden daardoor het aantal “Orten” (of kantons) tot 8, die later de acht “oude Orten” genoemd werden. Weder na een reeks Spartaansche veldslagen, bij Sempach, bij Näfels en bij St. Jacob,2 in het einde der 14de en het begin der 15de eeuw, waarin zij hunne zelfstandigheid tegen de Oostenrijkers en Franschen handhaafden, breidde zich hun gebied andermaal uit,—over Aargau en Thurgau.—Toen de machtige Hertog van Bourgondië, Karel de Stoute, die midden tusschen Duitschland en Frankrijk eene groote monarchie, door alle Westelijke Rijnlanden heen, stichten, en de Zwitsers met de Nederlanders onder zijn schepter vereenigen wilde, in de heldenslagen bij Grandson, Murten en Nancy3 bezweek, toen annexeerden de eedgenooten ook Freiburg en Solothurn, en nadat zij andermaal, in eene reeks bloedige overwinningen, tegen Keizer Maximiliaan zich hadden weten te handhaven, werden ook Bazel, Appenzell en Schaffhausen opgenomen4. En ook de zoogenaamde “Graue Bündte,” der Rhätische dalbewoners, traden toen met de eedgenooten in verbroedering.