Note 3 — De Zweden, Noorwegers en Denen.
Reading edition
Hoe ongedeerd, volgens dit alles, dit land van buiten gebleven is, zoo weinig rust heeft het van vroege tijden af inwendig genoten. Reeds zijne oudste geschiedenis is zoo rijk aan omwentelingen, aan bloedige burger- en broederoorlogen, als eenig ander land. De verschillende stammen, waarin de Skandinaviërs verdeeld waren, waren over en weer dikwijls met elkander in oorlog, en hebben meer dan één vreeselijken Brawalla-slag3 onder elkander gevochten, waarvan het aandenken en de helden die er in uitmuntten, in hunne liederen gevierd werden, als waren het zegepralen over vreemdelingen. Deze inwendige, van de vroegste tijden af dagteekenende, wijzingen en vijandelijkheden,—de rustelooze en ondernemende zin van het volk—de karige en armelijke natuur van het land, die de bewoners wel verstaalde en verhardde, maar dikwijls met hongersnood en ellende plaagde, hebben dien ten gevolge dikwijls tot verhuizingen en krijgstochten naar den vreemde aanleiding gegeven.