← Table of contents
Germania

Note 2 — HOOFDSTUK XIV.

Reading edition

Hij voelde een grootsche, een alomvattende gedachte komen, maar weifelde om haar toe te laten in zijn hoofd.. Het was vrees en genot tegelijkertijd, dat wachten op de groote openbaring van zijn rede.… Wellicht … wellicht … wellicht.… o, hoe durfde hij die gedachte aan.… wellicht was de ziel van al wat leefde één wezen, maar zooals de lucht één ding was en toch elk levend wezen naar zijn aard en behoefte zijn deel van die lucht inademde, zoo kon dan ook elk een deel van die àl-ziel in zich omvatten en stervend zijn deel weer teruggeven, zooals de ademtocht teruggegeven werd.… Het heele leven zou niet anders dan één lange ademtocht zijn, ingehaald bij de geboorte en uitgezucht bij den dood.… De ziel van elk dier, ook het geringste, ware het een luis of een vlooi, was een gedeelte van dezelfde alziel van den mensch.… En het deel der alziel, dat heden in een luis leefde, zou na lange tijden van uit- en inademing, door verschillende trappen eindelijk den edelsten mensch kunnen bewonen. Daarna … ging dan dat zielsdeel voort in ontwikkeling zich vervolmakend, zou het den goden gaan bewonen? Was er dus waarheid in de sagen, die van de oude helden goden maakten?…2 Begon dan de hemel reeds op aarde? En bij het kleinste, minst ontwikkelde dier? Wat zou het minst ontwikkelde dier wel zijn?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings