Note 1 — HOOFDSTUK VIII.
Reading edition
De oude Germanen zijn hoogstwaarschijnlijk veel minder „kuisch” geweest, dan men, hoofdzakelijk op grond van de tendenzieuse „Germania” van Tacitus, aanneemt. Trouwens Tacitus zelf spreekt van straffen tegen echtbreuk; het ongehuwd blijven van vrouwen, die vóór het huwelijk zich met mannen afgaven en van straffen gesteld op tegennatuurlijke ontucht. Het ligt voor de hand, dat bij een volk, waar de mannen zich voedden met wildbraad en zuivel, zich overgaven aan luiheid en doorloopend drankmisbruik en de vrouwen onderworpen arbeidsters waren; dikwerf het aantal mannen door den oorlog aanzienlijk minder dan dat der vrouwen moest zijn, geen zedelijkheid kon bestaan, volgens de tegenwoordige begrippen. De ontvankelijkheid der Barbaren voor de Romeinsche verdorvenheid is wel merkwaardig. Dertien eeuwen Christendom trouwens vermochten den Germanen nog niet de vroegere „kuischheid” weer te geven. In „Karls des fünfften und des heyligen Römischen Reichs peinlich gerichts ordnung” zijn o.m. straffen gesteld op: abort, schaking, verkrachting, tegennatuurlijke ontucht (eyn mensch mit eynem vihe, mann mit mann, weib mit weib), bloedschande … kortom tegen alle zonden van de twaalf caesars bij elkaar!
Toestanden als hier beschreven, zijn geen fantasterijen doch reconstructie’s met grooten grond van waarschijnlijkheid. Overal waar de omstandigheden de geslachten scheiden en de natuurdrift, door onthouding of overmaat, wordt geprikkeld, ontstaan afwijkingen zooals in kazernes, gevangenissen, bagno’s, kloosters, weeshuizen, opvoedingsgestichten, kostscholen.
Overmatige lichaamsoefening en onthouding van lichaamsoefening leiden eveneens tot afwijkingen. Asceten en athleten (ook reuzen) zijn vaak op geslachtelijk gebied abnormaal.
De oude Germanen, drinkend, luierend, een cultus van ’t lichaam makend door warme baden en lichaamsoefening, kunnen wellicht als „kuisch” hebben gegolden voor iemand als Tacitus, die kennis had van het Rome van Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, naar onze begrippen moeten zij barbaren in den vollen zin des woords zijn geweest.
Deze noot meent de schrijver hier te moeten inlasschen om zijn eerlijke poging een reconstructie van een tijdperk te leveren, niet als een onzedelijk werk te zien beschouwd. Een recencent meende op zijn roman „Kalverstraat” te moeten afdingen, omdat daarin o.m. het ongelukkig lot der vrouwen in bordeelen wordt geschetst. Diezelfde recencent beklaagde zich echter tenslotte erover, dat de schrijver niet in dat boek wat verteld had van ’t geen na middernacht gebeurde in zekere oester-salons in de Kalverstraat. Dat zou dus niet onzedelijk zijn geweest! ↑