Note 1 — HOOFDSTUK VII.
Reading edition
Koning Gise, die gehoord had, dat de opperpriester Maresag gevoelig was voor geschenken en offers, besloot groote schatten mede te nemen en met veel statie op te treden. Vijftig wagens liet hij bouwen, versierd met kunstig snijwerk, hoog op sierlijke, slanke wielen. In de grootste en schoonste wagen zat hijzelf op een troon van purper met een gouden kroon op ’t hoofd en een gouden schepter in de hand. Achter zijn zetel stonden, ook in kostbare hemelsblauwe gewaden Hall, Hamm en Hann, met in de rechterhand gouden spatels, braadspitten en sauskwirrels en in de linkerhand rotten met gouden snaren. De wagen werd getrokken door twaalf edele rossen van ’t Paarden-eiland, met purperen dekkleeden en gouden hoefijzers en in de wagen lagen heerlijke eetwaren als ronde, purper geverfde kazen, gerookte hammen, dikke worsten, korven vol honing en de beroemde gebrande molleboontjes van ’t eiland Fabarix (Burcanx, Borkum.)1