Note 8 — „ZIJ HANGT MAAR AAN EEN DRAADJE!”
Reading edition
Daar kraaide in de verte een haan. Goddank, de morgenschemering brak door. Reeds kwamen talrijke inlanders met hunne krakende pikolan’s8, zwaar beladen met sterk riekende vruchten en andere koopwaren, naar de passar. Die lucht, vermengd met de uit den bodem opstijgende dampen, drukte mij loodzwaar op de borst, en mij overviel eene huivering alsof ik de koorts had.