Note 4 — „ZIJ HANGT MAAR AAN EEN DRAADJE!”
Reading edition
Nauwelijks had de etendrager zijn „slamat makan”4 uitgesproken, of ik viel op het eten aan alsof ik veertig dagen gevast had. Er bleef geen rijstkorreltje over, en om den manschappen geen aanstoot te geven en niet voor een veelvraat door te gaan, riep ik een gladdakker5 binnen en liet hem de ledige borden aflikken. Een eerste staaltje van sergeantsdiplomatie.