Note 2 — DE BESTORMING DER BENTENG MANDOEROEIAN.
Reading edition
Het was ongeveer drie uren na de afvaart, toen bij eene kromming der rivier de vijandelijke versterking in het gezicht kwam. Hoog boven de palissaden wapperde uitdagend de roode sultansvlag. Met volle kracht stoomde nu de Boni vooruit. Alles was aan boord tot een gevecht in gereedheid gebracht, doch aan ’s vijands zijde werd nog geen leven bemerkt. Nauwelijks evenwel was het schip binnen het bereik van de vijandelijke kogels gekomen, of een hevig vuur barstte los, zonder echter belangrijke schade aan te richten. Men bleef natuurlijk het antwoord niet schuldig. Een kort commando weerklonk, en een kanon van 5 cM. verhief zijne stem, om in den vorm van eenige ijzeren suikerbroodjes de groeten over te brengen. Nog eenige infanterie-salvo’s en de vijand liet de Boni ongemoeid, om meer aandacht te wijden aan de Onrust en de Djambi. De Boni ging voor den mond van de Lahei ten anker. De Onrust opende op ongeveer 500 meter benedenstrooms het vuur, dat door den vijand levendig beantwoord werd. De leiding der verdediging scheen niet in slechte handen te zijn. De lilla’s2 waren goed gericht, doch werkten weinig uit, daar de afstand te groot was.