Note 1 — II.
Reading edition
De heer Steinhausen was reeds aan de afdalende zijde van de trap der jeugd en de zestig al eenige treden over; maar hij was toch nog een fiksche, ferme grijsaard, of eigenlijk geen grijsaard, want hij droeg een blond bruine naturel, hetgeen bij zijne frissche blozende gelaatskleur en zijn breed glad voorhoofd hem nog een schijn van jeugd gaf, dat door zijne corpulentie en het afzijn van eenige tanden krachtig weersproken werd. Overigens een gezicht, waarop de voldoening van een onwankelbaar crediet te lezen stond en schrandere lichtblauwe oogen, waarin nog rijkelijk levenslust flikkerde, en die tot zekere verwondering recht gaven, dat zulk een opgewekt joviaal man geene vrouw had genomen, om zich den levensweg te veraangenamen. Intusschen had hij in zijne kleeding nog die zekere manie, die een bejaard oud vrijer van een gehuwd man op leeftijd onderscheidt. Gewoonlijk droeg hij een fantasie rok van de modekleur met vergulde knoopen, en een lichte pantalon: hij had een afschuw van het plechtige zwart zijden vest, en droeg het zijne van gekleurd fluweel, of zooals nù, prachtig geborduurd en toch zoo ver open, dat zijn fijn linnengoed uitkwam en er gelegenheid bleef tot het plaatsen van twee of drie juweelen knoopjes; terwijl men hem ook niet zelden betrapte op een zwierigen das naar den laatsten smaak, en hij zich het genoegen niet scheen te willen ontzeggen een horlogeketting, zwaar genoeg om aan de begeerlijkheid van Voltaire te voldoen1, op zijn vest te laten uitkomen. Ditmaal echter had hij zich onderworpen aan het dinerkostuum in volle strengheid, en er was niets dan zwart en wit bij hem waar te nemen; maar de witte das had geborduurde slippen en een diamanten speld blonk in vollen luister. Hij had het recht zijn knoopsgat te versieren met den Nederlandschen leeuw, dien hij nog onder Willem I veroverd had, en met twee of drie buitenlandsche orden, die hij bij deze gelegenheid in miniatuur formaat op zijne linkerborst tentoonstelde.