Note 1 — EEN WOORD VAN DEN VERTALER.
H. (Hendrik) Frijlink translation
Men heeft mij onlangs doen opmerken, dat Mein schönes Fräulein (met welke woorden Margareta, als zij het eerst ten tooneele treedt, door Faust wordt aangesproken) niet door schoone juffer, maar door schoone freule had behooren te worden overgebragt, zoo als Mr. J. van Lennep doet in Klaasje Zevenster, aan het einde van het tweede deel. Mijn antwoord hierop is, dat freule, ofschoon inderdaad eene navolging van het Hoogd. Fräulein, bij ons iets anders dan het laatste beteekent; ons freule is in het Hoogd. Gnädiges Fräulein. Zónder gnädiges voorop, is het niets dan het Fransche mademoiselle, gelijk, o.a., uit de Duitsche tooneel-affiches kan blijken, als daarin opgegeven wordt, dat, in het een of ander stuk, Fräulein X de rol van Ernestine en Fräulein Y die van Wilhelmine zal vervullen. Men moet tevens niet uit het oog verliezen, dat het Fransche demoiselle en ons juffer op zichzelve reeds eer- of beleefdheidstitels zijn; het laatste is jonkvrouw, vlug uitgesproken. Het Hoogd. Jungfrau eindelijk is ons maagd, en het Hoogd. Magd wederom ons dienstmeid. ↑